IBAN: NL56RABO0395677858
Argumentatie voor boerkaverbod rommelt aan alle kanten
Vrijdag 3 2012
Bron Volkskrant:

In de regel worden er vijf verschillende argumenten gegeven voor het boerkaverbod. Geen van die argumenten houdt uiteindelijk stand, betoogt hoogleraar Jan Smits.


Afgelopen vrijdag bleek dat het kabinet vasthoudt aan een algemeen verbod op het dragen van gelaatsbedekkende kleding en het desbetreffende wetsvoorstel deze week aan de Tweede Kamer zal sturen. Het verbod geldt voor het gebruik van alle gezichtsbedekkende kleding (boerka én bivakmuts) op openbare plaatsen, bij onderwijsinstellingen, zorginstellingen en in het openbaar vervoer, tenzij sprake is van een evenement (zoals Sinterklaas of carnaval) of het bedekken van het gezicht nodig is ter bescherming van de gezondheid of veiligheid of nodig is voor het uitoefenen van een beroep. Het belangrijkste argument van het kabinet voor het verbod is dat de boerka niet past in de Nederlandse samenleving waarin deelname aan het maatschappelijk verkeer cruciaal is en waarin mensen elkaar in het gezicht moeten kunnen zien. Bovendien zou het dragen van en boerka of niqaab in strijd zijn met de gelijkwaardigheid van man en vrouw.

Het behoeft weinig betoog dat dit voorgestelde boerkaverbod - eerder ingevoerd in Frankrijk en België - omstreden is. Het is ook nog maar de vraag of het wetsvoorstel de stemming in de Eerste Kamer zal overleven. Dat maakt het des te belangrijker om het politiek debat te voeren aan de hand van de juiste argumenten - op het scherp van de snede, zoals dat in een democratie hoort. Vergelijking met andere landen leert ons welke die argumenten zijn en hoe ze moeten worden gewaardeerd. Politieke filosofen zoals de Amerikaanse Martha Nussbaum hebben daar grondig over nagedacht. Zij noemt in haar werk vijf argumenten die kunnen worden aangevoerd vóór een boerkaverbod, zij het dat ze bij nadere beschouwing geen van alle stand houden. Het is nuttig om ook in Nederland van die argumentencatalogus kennis te nemen.

Muts en sjaal
Het eerste mogelijke argument voor een boerkaverbod is de openbare veiligheid: wie op openbare plekken komt, moet herkenbaar zijn. Op zichzelf is dit een valide argument, maar Nussbaum wijst er terecht op dat het dan ook consequent moet worden toegepast: de koude temperaturen die ons de komende week te wachten staan maakt dat velen met muts en sjaal de straat op gaan. Mijn hockeyend nichtje bedekt haar gelaat tijdens de wedstrijd ook en mijn vrouw gaat met haar gezichtsmasker zelfs op het terras zitten van het naast haar schoonheidssalon gelegen café. Een probleem voor de veiligheid zien we daar niet in. Dat maakt een boerkaverbod op grond van dit argument inconsequent: óf het verbod geldt daadwerkelijk voor alle gezichtsbedekkende kleding (hetgeen praktisch onuitvoerbaar is) óf het geldt omdat iemand moslim is (hetgeen zozeer in strijd komt met fundamentele rechten dat niemand het in zijn hoofd haalt dit voor te stellen).

Een tweede argument voor een boerkaverbod wordt ook door het kabinet gebruikt: door het dragen van de boerka wordt deelname aan het maatschappelijk verkeer bemoeilijkt en daarmee de sociale samenhang in Nederland. Hiervoor geldt hetzelfde als zojuist: gesteld dat dit zo is - de zojuist gegeven voorbeelden wijzen in een andere richting - dan moet het wetsvoorstel grondig worden aangepast. Nu is de redenering kennelijk dat het gezicht bedekken alleen deelname aan het maatschappelijk verkeer belemmert als het gebeurt in de door het wetsvoorstel aangegeven gevallen (in de praktijk: vooral door moslima's). Dat is een verwerpelijke gedachte.

Een derde, eveneens door het kabinet aangevoerd, argument betreft de gelijkwaardigheid van man en vrouw. De gedachte is dat de boerka een product is van onderdrukking van de vrouw. Dat zou best wel eens kunnen - hoewel we dat in de eerste plaats moeten vragen aan de draagsters zelf - maar dan valt er nog wel een ander wetsvoorstel in te dienen: het 'helpen' van de maximaal 150 boerkadraagsters in Nederland zou dan toch weinig prioriteit moeten hebben als ook kan worden opgetreden tegen pornosites, bepaalde reclame-uitingen en andere vormen van vrouwonvriendelijk gedrag.

Huiselijk geweld
Het vierde mogelijke argument uit Nussbaums catalogus luidt dat de vrouw niet gedwongen mag worden tot handelingen die zij niet wil: niemand zou de boerka 'eigenlijk' willen dragen. Minister Opstelten heeft daarom ook al laten weten dat de politie het boerkaverbod daadwerkelijk zal afdwingen. Ook dit is een argument dat inconsequent is: als het het kabinet werkelijk te doen is om bescherming van de vrouw, dan zijn nog wel andere maatregelen denkbaar. Optreden tegen de boerka legt het dan toch echt af tegen bijvoorbeeld aanpakken van huiselijk geweld (dat onder moslims niet hoger is dan onder aanhangers van een andere godsdienst).

Een laatste argument dat soms wordt aangevoerd is dat de boerka oncomfortabel is en gezondheidsproblemen kan veroorzaken. Ook dit valt niet uit te sluiten, maar dan moet alle kleding worden verboden die eventueel de gezondheid kan schaden. Platte schoenen, naaldhakken en corrigerend ondergoed zijn daarvan slechts enkele voorbeelden.

De conclusie luidt dat geen van de vijf mogelijke argumenten voor een boerkaverbod stand kan houden: het standpunt van het kabinet is inconsequent. Dat maakt het boerkaverbod in strijd met het beginsel van gelijke behandeling. Een ieder in Nederland heeft immers het recht om te leven in overeenstemming met zijn of haar eigen voorkeuren en het is de taak van de overheid om dat recht te garanderen. Ik mag als privé-persoon andere voorkeuren hebben en besluiten om in het geheel geen moslims, katholieken, mannen, kinderen of Belgen mijn huis binnen te laten, maar van de overheid verwachten wij allen iets anders. Dat is de kern van een democratische samenleving waarin de minderheid wordt beschermd. Wie de boerka draagt doet dat vast uit volle overtuiging: zo iemand heeft recht op respect van de overheid.

Jan Smits is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Maastricht