IBAN: NL56RABO0395677858
» Leven in Palestina
De slachtoffers

De Palestijnse bevolking heeft het zwaar te verduren door de alsmaar doorgaande oorlog. Door de verwoesting van bijna de gehele infrastructuur in veel Palestijnse gebieden is er geen werk beschikbaar voor de mensen. Door de grote werkloosheid leven honderden families beneden de armoedegrens. De werkloosheid is 67% alleen al in de Gaza-strook.

Omdat vaak de man de kostwinner is van het gezin is het ook een hele klap als hij juist wegvalt binnen het gezin. Deze gezinnen die hun vader/ echtgenoot verliezen door ziekte, gevangenschap of door sneuvelen tijdens het conflict, hebben dan ook totaal geen hoop meer op overleving of een normale toekomst. De weduwen die hierdoor ontstaan, blijven vaak achter met hun kinderen die ze moeten verzorgen zonder enig inkomen, waardoor zij niet meer in staat zijn te leven, maar in plaats daarvan moeten overleven.

Ook kinderen in Palestina hebben het al jarenlang zwaar te verduren. Velen zijn ondervoed en hebben een zeer slechte gezondheid als gevolg van onregelmatige voedingspatronen of het ontbreken van medische verzorging. Maar weinig kinderen volgen onderwijs, simpelweg omdat de ouders het zich niet kunnen permitteren om hun kinderen naar school te sturen.

De onderwijssector in Palestina is één van de vele sectoren die zeer beschadigd is door de laatste ontwikkelingen. Er zijn al 60 scholen gesloten, waardoor 20.000 kinderen zonder onderwijs zitten. Een aantal scholen worden gebruikt voor andere doeleinden.Ook zijn 275 scholen zeer ernstig beschadigd door de oorlog (dit is 15.6% van de Palestijnse scholen).

De armoede en beperking van de bewegingsvrijheid hebben een slechte invloed op de dagelijkse leefomstandigheden van de kinderen. Om te overleven zijn zij bijna volledig afhankelijk van hun ouders. Daarom is de economische situatie in Palestina des temeer een bepalende en zeer belangrijke factor voor de kinderen om op deze manier toegang te krijgen tot sociale, medische en educatieve bronnen die nodig zijn voor een menswaardig bestaan. De vooruitzichten op een fatsoenlijk leven in de toekomst zijn door al deze beperkingen somber.

Erbarmelijke omstandigheden

Meer dan 1.1 miljoen Palestijnen leven in gebieden waarin de basisinfrastructuur ontbreekt. Door dit gebrek zijn veel Palestijnse gebieden meer dan vatbaar voor diverse ziektes. Open rioolbuizen, beperkte voorraad aan schoon water en onvoldoende rioleringssystemen zorgen voor stinkende overstromingen van afvalwater door straten. Besmettelijke ziektes zoals diabetes, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en kanker, stijgen enorm door deze erbarmelijke omstandigheden.

Basisvoorzieningen zoals water en afvalverwerking zijn ver achteruit gegaan sinds de strijd in Palestina. Ziektekiemen zoals diarree, die in water ontstaan nemen fors toe. In januari 2001 leden meer dan 40.000 kinderen onder de 5 jaar aan diarree. Ongeveer 45% van de kinderen in de Gazastrook lijden aan gewichtsverlies en verzwakking als gevolg van maagdarmstoornissen veroorzaakt door parasieten in het drinkwater. Het water dat gebruikt wordt bij de bereiding van groente, was verontreinigd door vuilnis nabij de wateropslagplaatsen en door een slechte chlorering.

Ook heeft meer dan de helft van de Palestijnse bevolking geen medische verzekering. Hierdoor zijn vele Palestijnen niet in staat zich medische verzorging te veroorloven, wat in de meeste gevallen de dood tot gevolg heeft.

De infrastructuur:

Ook de slechte infrastructuur is voor veel Palestijnen een grote factor van en armoedig bestaan.

In Israël heb je twee financieringsbronnen voor de infrastructuur: de regering, die iedereen financiert, ook de Palestijnse dorpen en steden en het Joods Nationaal Fonds die alleen voor joodse dorpen en steden werken.

Wegen, irrigatie, riolering, asfaltering, onderwijs en gezondheidszorg, worden voor een beperkt aandeel door de staat gefinancierd. De rest komt van het Joods Nationaal Fonds. De gevolgen hiervan zijn duidelijk terug te vinden in feiten (Statistical Abstract of Israël):

- Analfabetisme ligt driemaal hoger bij de Palestijnen: 15,8% tegen 4,9%.
- Kindersterfte ligt dubbel zo hoog: 18,6 °/°° tegen 9,8 °/°°

Israël besteed slechts 2% van haar budget voor gezondheidszorg voor de Palestijnen, die bijna 20% van de bevolking uitmaken.

Ook het watergebrek onder de Palestijnse bevolking speelt een belangrijke rol bij de armoede.75 % van het Jordaanwater (het enige oppervlakte water) wordt reeds afgevoerd door Israël vóór het de Westelijke Jordaanoever bereikt,via de National Water Carier. Deze leidt water uit het Meer van Tiberias door Israël tot in de Negevwoestijn.Hierdoor blijft er nog weinig Jordaanwater over voor de Palestijnse gebieden met als rechtstreeks gevolg minder landbouw en minder mogelijkheden tot ontwikkeling.

Een andere belangrijke bron voor water voor de Westbank is de ondergrondse bergaquifer. Daarvan gaat 83% naar de 180.000 kolonisten en naar Israël en slechts 17% naar de Westelijke Jordaanoever (1.800.000 Palestijnen). In Bethlehem bijvoorbeeld, hebben de Palestijnen slechts om de 14 dagen een paar dagen water.

Door al deze gebreken heeft vooral het Palestijnse volk het flink te verduren en verdient daarom onze extra zorg en aandacht.